Uitspraak
19 september 2013, 12/2964 (aangevallen uitspraak 1) en van 22 juli 2014, 14/5 (aangevallen uitspraak 2)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante viel uit wegens psychische klachten en kreeg geen WIA-uitkering omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Het UWV stelde dat zij geschikt was voor passende functies, zoals vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze besluiten ongegrond, waarbij het medisch en arbeidskundig onderzoek als zorgvuldig en voldoende gemotiveerd werd beoordeeld.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar belastbaarheid werd overschat en dat zij niet meer dan 32 uur per week kon werken, mede door toegenomen klachten na de geboorte van haar zoon. De Raad concludeerde echter dat het UWV zorgvuldig onderzoek had verricht, inclusief psychiatrische expertise, en dat er geen medische grond was voor een urenbeperking. De passendheid van de geduide functies stond niet ter discussie.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraken en oordeelde dat de beëindiging van de Ziektewet-uitkering terecht was omdat appellante geschikt was voor ten minste één van de geduide functies. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering en de beëindiging van de Ziektewet-uitkering omdat appellante geschikt is voor de geduide functies zonder urenbeperking.