ECLI:NL:CRVB:2015:2038
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van beperking recht op studentenreisproduct per 1 januari 2013
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat hij vanaf 31 december 2012 geen recht meer had op een studentenreisproduct. Dit besluit was gebaseerd op een wetswijziging die het recht op de reisvoorziening beperkte tot de eerste twaalf maanden van de leenfase.
De rechtbank had het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat er geen afdwingbare aanspraak bestond op het studentenreisproduct gedurende de gehele leenfase en dat er geen schending was van artikel 1 van Pro het Eerste Protocol bij het EVRM.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij gerechtvaardigde verwachtingen had op basis van de oude wetgeving en dat de beperking een ongerechtvaardigde inbreuk op zijn eigendomsrecht vormde. De Raad beoordeelde dat de beperking wettelijk was voorzien, een legitiem algemeen belang diende en proportioneel was. De Raad concludeerde dat appellant geen onevenredige last droeg en bevestigde de eerdere uitspraak.
Het verzoek om schadevergoeding en proceskostenvergoeding werd afgewezen omdat het hoger beroep niet slaagde en het bestreden besluit en de aangevallen uitspraak in stand bleven.
Uitkomst: Beperking van het recht op het studentenreisproduct per 1 januari 2013 wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.