ECLI:NL:CRVB:2015:2040
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Nadere medische beoordeling vereist wegens zorgvuldigheidsgebrek in WIA-uitkeringsbesluit
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV waarin werd vastgesteld dat zij geen recht meer had op een WIA-uitkering vanwege een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep.
In hoger beroep stelde appellante dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was omdat de verzekeringsarts bezwaar en beroep haar niet persoonlijk had onderzocht en onvoldoende rekening had gehouden met recente medische informatie, waaronder psychische klachten en fysieke beperkingen. Tevens was er onvoldoende aandacht voor de diagnose posttraumatische stress-stoornis (PTSS) en de impact daarvan op haar belastbaarheid.
De Raad oordeelde dat de rapporten van de verzekeringsarts bijzondere waarde hebben indien zij zorgvuldig zijn opgesteld, maar dat dit niet betekent dat zij niet kunnen worden aangevochten. De Raad stelde vast dat het onderzoek ontoereikend was, mede omdat de verzekeringsarts appellante niet had gehoord en geen actueel psychisch onderzoek had verricht. Ook was onvoldoende rekening gehouden met recente medische informatie die duidde op een niet in remissie zijnde PTSS.
Daarom concludeerde de Raad dat aan het medisch onderzoek een zorgvuldigheidsgebrek kleefde en droeg het UWV op binnen zes weken een nieuw, uitgebreider onderzoek te verrichten, inclusief een psychisch en lichamelijk onderzoek en het inwinnen van informatie bij de psychiater over de toestand van appellante op de datum van beoordeling.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw medisch onderzoek te verrichten wegens een zorgvuldigheidsgebrek in het eerdere besluit.