ECLI:NL:CRVB:2015:2046
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-vervolguitkering na beoordeling medische en arbeidskundige grondslag
Appellant ontving een loongerelateerde WGA-uitkering die in 2008 werd omgezet in een WGA-loonaanvullingsuitkering en later in een WGA-vervolguitkering. Het UWV beëindigde deze vervolguitkering per 10 september 2012 omdat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beëindiging ongegrond, omdat de medische en arbeidskundige beoordeling van het UWV toereikend was en er geen aanwijzingen waren voor een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn psychische en fysieke beperkingen waren onderschat en dat nader onderzoek nodig was.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd die het oordeel van het UWV konden betwisten. De verzekeringsarts had de klachten voldoende in de beoordeling betrokken en de functionele mogelijkhedenlijst was juist vastgesteld. Ook de arbeidskundige rapporten onderschreven de geschiktheid voor passend werk.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Tevens werd een veroordeling in de proceskosten uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-vervolguitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid.