Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
W.D.M. van Diepenbeek als leden, in tegenwoordigheid van K. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2015.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, voormalig magazijnmedewerker, vroeg een WIA-uitkering aan wegens psychische klachten en lichamelijke beperkingen na een auto-ongeluk. Het UWV stelde dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling van het UWV, inclusief een psychologisch onderzoek, juist was en dat de diagnose PTSS niet voldoende was onderbouwd om tot een hogere arbeidsongeschiktheid te komen.
In hoger beroep stelde appellante dat zij leed aan PTSS en daardoor ernstiger beperkt was. De Raad benadrukte dat het bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid niet primair om de diagnose gaat, maar om de daadwerkelijk vastgestelde beperkingen. De aanvullende medische informatie van de behandelend verpleegkundige bood geen nieuwe inzichten die tot een andere beoordeling konden leiden.
De Raad concludeerde dat de psychische beperkingen niet onderschat waren en bevestigde het eerdere oordeel dat appellante niet recht heeft op een WIA-uitkering. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 19 juni 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de weigering van de WIA-uitkering wordt bevestigd.