Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
W.D.M. van Diepenbeek als leden, in tegenwoordigheid van K. de Jong als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 19 juni 2015.
Centrale Raad van Beroep
Appellant is sinds 22 september 2010 wegens psychische klachten arbeidsongeschikt en heeft een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV heeft op 17 december 2012 besloten dat appellant per 19 september 2012 niet arbeidsongeschikt was en daarom geen recht had op een WIA-uitkering. Dit besluit werd bij bezwaar en beroep door het UWV gehandhaafd.
De rechtbank Amsterdam heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen van appellant juist waren beoordeeld. Appellant stelde in hoger beroep alleen nog bezwaar tegen de medische grondslag, specifiek met betrekking tot zijn psychische beperkingen.
De Centrale Raad van Beroep heeft het hoger beroep onderzocht en geoordeeld dat het UWV een voldoende diepgaand en zorgvuldig medisch onderzoek heeft uitgevoerd, waarbij alle relevante informatie van behandelaars is betrokken. Appellant kon niet aantonen dat er beperkingen over het hoofd waren gezien of onvoldoende waren meegewogen.
De Raad verwierp ook nieuw ingebrachte medische informatie die niet betrekking had op de datum van beoordeling (19 september 2012). De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WIA-uitkering wegens voldoende medische grondslag.