ECLI:NL:CRVB:2015:2081
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar intrekking WAO-uitkering wegens termijnoverschrijding
Appellante viel sinds 1998 uit voor haar werk en ontving vanaf 1999 een WAO-uitkering. Het UWV herzag in 2004 de mate van arbeidsongeschiktheid en trok in 2007 de uitkering in wegens onvoldoende vaststelling van recht. Appellante verzocht in 2008 en 2010 om heropening van de uitkering, waarbij het UWV de uitkering per 14 juni 2010 heropende met een arbeidsongeschiktheid van 45-55%.
Appellante maakte bezwaar tegen het intrekkingsbesluit van 2007, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding. Zij voerde aan dat zij tijdig een adreswijziging had doorgegeven en dat zij door een borderline stoornis niet adequaat kon reageren, maar de Raad volgde dit niet. Ook het standpunt dat de uitkering eerder dan 2010 had moeten worden heropend werd verworpen.
De Raad oordeelde dat het UWV het beleid correct en consistent heeft toegepast, dat appellante onvoldoende bewijs leverde voor haar medische betwisting en dat de aangevallen uitspraak van de rechtbank Gelderland terecht was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar tegen het intrekkingsbesluit wordt bevestigd.