ECLI:NL:CRVB:2015:2085
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herbeoordeling arbeidsongeschiktheid naar 25-35 procent
Appellant ontving sinds 6 april 2003 een WAO-uitkering, laatstelijk berekend op 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. In 2012 vond een herbeoordeling plaats, waarbij een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige concludeerden dat de arbeidsongeschiktheid was gedaald naar 29,5%. Het UWV besloot daarop de uitkering te herzien naar 25 tot 35%.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, ondersteund door rapporten van psychiaters die een ernstiger psychische aandoening suggereerden. Het UWV liet een contra-expertise uitvoeren, waarin werd vastgesteld dat de psychische klachten waren verbeterd en dat de beperkingen adequaat waren vastgesteld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was.
In hoger beroep voerde appellant soortgelijke gronden aan en overhandigde aanvullende medische stukken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat deze stukken niet relevant waren voor de datum van het besluit en onvoldoende medisch onderbouwd. De Raad bevestigde dat de medische en arbeidskundige gronden van het UWV deugdelijk waren en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.