ECLI:NL:CRVB:2015:2091
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- R.E. Bakker
- W.D.M. van Diepenbeek
- Rechtspraak.nl
Weigering Wajong-uitkering wegens onvoldoende motivering beperkingen ADHD en borderline
Appellante, geboren in 1967, vroeg op grond van de Wet Wajong een uitkering aan vanwege psychische klachten, waaronder ADHD en borderline persoonlijkheidsstoornis. Het UWV wees de aanvraag af op basis van een medisch en arbeidskundig onderzoek, waarbij werd vastgesteld dat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat het onderzoek zorgvuldig was en de beperkingen juist waren vastgesteld.
In hoger beroep herhaalde appellante haar bezwaren en voerde zij aan dat zij door haar aandoeningen en een geclaimde geurenallergie verdergaand beperkt is. De Raad stelde vast dat de geurenallergie niet was geobjectiveerd en daarom geen beperkingen opleverde. Wel constateerde de Raad dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd welke gevolgen de ADHD en borderline persoonlijkheidsstoornis hadden voor de functionele mogelijkhedenlijst (FML).
De verzekeringsarts had aangegeven dat appellante behoefte heeft aan werk met voldoende structuur en variatie, en dat impulscontrole, aandacht en omgang met gezag aandachtspunten zijn. Deze aspecten waren niet volledig verwerkt in de FML en niet adequaat toegelicht in de arbeidskundige rapporten. De Raad concludeerde dat het bestreden besluit gebrekkig was gemotiveerd en in strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad droeg het UWV op binnen zes weken het besluit te herstellen door gericht onderzoek te doen naar de gevolgen van de psychische aandoeningen voor de FML en zonodig passende functies te selecteren, met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen binnen zes weken het besluit te herstellen door de gevolgen van ADHD en borderline persoonlijkheidsstoornis voor de FML nader te onderzoeken en te motiveren.