ECLI:NL:CRVB:2015:2101
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging anticumulatie WAZ-uitkering bij gedeeltelijke loondoorbetaling tijdens ziekte
Appellante ontving sinds 2001 een WAZ-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid. Vanaf 2009 werkte zij in loondienst maar viel in 2010 uit wegens ziekte. De werkgever betaalde het loon door op grond van artikel 7:629 BW Pro en vroeg een Ziektewetuitkering aan, die werd toegekend en in mindering gebracht op de loondoorbetaling.
Het UWV verhoogde de WAZ-uitkering na herbeoordeling, maar bepaalde dat deze niet werd uitbetaald zolang de werkgever loon of ziekengeld betaalde. Appellante maakte bezwaar tegen deze verrekening omdat de werkgever slechts 70% van het loon doorbetaalde, terwijl het UWV uitging van 100%.
De rechtbank verwierp het bezwaar en oordeelde dat de anticumulatiebepaling van artikel 58 WAZ Pro en de Regeling Samenloop een verrekening op basis van het volledige loon voorschrijven. Ook de garantieregeling bood geen grond voor een andere uitkomst.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. De Raad benadrukte dat het niet aan de rechter is om de billijkheid van de wet te toetsen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.