ECLI:NL:CRVB:2015:2106
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening studiefinanciering wegens niet-woonachtig op GBA-adres
Appellant ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten voor de jaren 2012 en 2013. De minister herzag dit en stelde dat appellant niet woonde op het GBA-adres, waarop hij stond ingeschreven, en paste de studiefinanciering aan naar de norm voor thuiswonende studenten met terugvordering van te veel ontvangen bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat het huisbezoek door controleurs voldoende bewijs leverde dat appellant niet daadwerkelijk op het GBA-adres woonde. Appellant voerde aan dat persoonlijke spullen en studieboeken aanwezig waren en dat het ontbreken van post en administratie verklaarbaar was door het bewaren daarvan op een stageadres.
De Raad oordeelde dat de minister aan haar bewijslast had voldaan en dat de bevindingen van het huisbezoek een voldoende feitelijke grondslag boden voor het besluit. De verklaring van de hoofdbewoonster werd geloofwaardig geacht. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de herziening van studiefinanciering wordt bevestigd.