Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante, werkzaam als tandartsassistente, meldde zich ziek met vermoeidheids- en psychische klachten en schouderklachten. Het UWV stelde vast dat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt was en weigerde een WIA-uitkering toe te kennen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, met een deugdelijke medische en arbeidskundige onderbouwing.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar beperkingen, met name door het chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS), onderschat waren en dat zij niet zes uur onafgebroken kan werken. De verzekeringsarts bezwaar en beroep en de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep rapporteerden echter dat de beperkingen adequaat waren meegenomen, dat rustpauzes voldoende waren en dat de geselecteerde functies passend waren.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere oordelen en vond geen aanleiding om de beschouwingen van de verzekeringsarts en arbeidsdeskundige onjuist te achten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.