ECLI:NL:CRVB:2015:214
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WGA-uitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek
Appellante, die sinds mei 2009 volledig arbeidsongeschikt was verklaard, kreeg een WGA-uitkering toegekend. Na een nieuw medisch onderzoek in 2011 bleek haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35%, waarop het UWV de uitkering introk. Appellante maakte bezwaar en ging in beroep tegen deze beslissing, stellende dat haar psychische en fysieke beperkingen werden onderschat en dat onvoldoende rekening was gehouden met haar taalvaardigheid en opleidingsniveau.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, oordelend dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de beperkingen adequaat waren vastgelegd in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). Ook de arbeidskundige beoordeling, die de passendheid van de geselecteerde functies bevestigde, werd als voldoende gemotiveerd beschouwd.
In hoger beroep stelde appellante opnieuw dat haar psychische belastbaarheid werd overschat en dat haar fysieke klachten onvoldoende waren onderzocht. Na aanvullend onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep en een arbeidsdeskundige bezwaar en beroep bleef de conclusie dat de beperkingen juist waren vastgesteld en de functies passend waren. De Raad vond geen aanleiding om aan deze conclusies te twijfelen.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en oordeelde dat het UWV terecht het opleidingsniveau op niveau 2 had vastgesteld en dat de gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal geen belemmering vormde voor de eenvoudige geselecteerde functies. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WGA-uitkering bevestigd.