ECLI:NL:CRVB:2015:215
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WSW-indicatie wegens noodzaak gespecialiseerde begeleiding boven 15%
Appellant was sinds 2006 werkzaam binnen de sociale werkvoorziening en had tot 2016 een WSW-indicatie. In 2012 vroeg hij een herindicatie aan. Het UWV besloot dat appellant niet langer tot de WSW-doelgroep behoorde omdat hij meer dan 15% persoonlijke begeleiding nodig heeft. Appellant maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, waarbij werd vastgesteld dat het UWV terecht het beslisschema uit het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening (Busw) toepaste.
Appellant voerde aan dat hij onvoldoende gemotiveerd vond waarom hij niet langer in aanmerking komt voor de indicatie en betwistte de noodzaak van meer dan 15% begeleiding. De Raad oordeelde dat de deskundigenrapportages, waaronder die van psycholoog Van Loenen en het arbeidsdeskundig onderzoek, duidelijk maken dat appellant intensieve en structurele begeleiding nodig heeft die meer dan 15% van de werktijd beslaat. De stoornis van appellant is verergerd door privéproblemen, waardoor hij moeite heeft met planning, organisatie en motivatie.
Het beslisschema van het Busw voorziet niet in een uitzondering voor situaties waarin meer dan 15% begeleiding nodig is. De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de eerdere uitspraak. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WSW-indicatie bevestigd.