Uitspraak
OVERWEGINGEN
5. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als rozenknipper, meldde zich ziek met huid- en vermoeidheidsklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door verzekeringsartsen werd vastgesteld dat hij per 15 juli 2013 weer geschikt was voor zijn werk, waarop het Uwv het recht op ziekengeld beëindigde.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat zijn chronische auto-immuunziekte, met neuropathie en vermoeidheidsklachten, onvoldoende was meegewogen. Hij verzocht tevens om benoeming van een onafhankelijke deskundige.
De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig en gemotiveerd hadden gehandeld, waarbij zij rekening hielden met de medische informatie, waaronder van de internist en radioloog. De subjectieve klachten werden niet ondersteund door objectiveerbare medische gegevens die beperkingen voor het werk rechtvaardigen.
Omdat appellant geen nieuwe medische informatie aanleverde, zag de Raad geen reden om het standpunt van de verzekeringsarts bezwaar en beroep te wijzigen of een deskundige te benoemen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de beëindiging van de Ziektewetuitkering bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij geschikt is voor zijn eigen werk.