ECLI:NL:CRVB:2015:2189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over niet-duurzame arbeidsongeschiktheid en toekenning WGA-uitkering
Werkneemster was werkzaam als cateringmedewerkster en viel uit wegens psychische klachten. Na onderzoek door verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij aanzienlijk beperkt was, maar met een redelijke kans op verbetering op lange termijn. Het UWV kende haar een loongerelateerde WGA-uitkering toe.
Appellante voerde bezwaar aan dat de beperkingen structureel en blijvend waren en dat werkneemster recht had op een IVA-uitkering. De rechtbank oordeelde dat het UWV voldoende had gemotiveerd dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam was, mede op basis van medische rapporten en prognoses.
In hoger beroep stelde appellante dat therapieën geen verbetering hadden opgeleverd en dat de arbeidsongeschiktheid dus duurzaam was. De Centrale Raad van Beroep onderschreef echter het oordeel van de rechtbank en het UWV dat er nog een redelijke kans op verbetering bestond, mede gelet op de behandelingstrajecten en prognoses.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de arbeidsongeschiktheid niet duurzaam is en wijst het hoger beroep af.