ECLI:NL:CRVB:2015:222
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing toelating tot doelgroep Wet sociale werkvoorziening wegens voldoende arbeidscapaciteit ondanks visuele beperkingen
Appellant vroeg toelating tot de doelgroep van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) vanwege beperkingen aan zijn gezichtsvermogen. De bedrijfsarts concludeerde dat zijn gezichtsvermogen beperkt is, maar met een nieuwe bril verbeterd kan worden en dat appellant geen andere lichamelijke of psychische beperkingen heeft. De raad van bestuur wees de aanvraag af omdat appellant met aanpassingen op de reguliere arbeidsmarkt kan werken.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het onderzoek zorgvuldig was en dat het ontbreken van financiële middelen voor een bril niet tot toelating tot de Wsw leidt. Appellant voerde aan dat het onderzoek onzorgvuldig was en dat hij niet kon concurreren op de arbeidsmarkt, maar de Raad verwierp deze stellingen. Zowel de bedrijfsarts als de verzekeringsarts concludeerden dat appellant met een adequate bril in staat is om arbeid te verrichten.
De Raad stelde vast dat het mislukken van re-integratie niet aan beperkingen ligt die exclusief Wsw-arbeid rechtvaardigen, maar aan werkgelegenheidsproblemen. De Raad bevestigde daarom de afwijzing van toelating tot de Wsw en wees de proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van toelating tot de Wsw wordt bevestigd.