ECLI:NL:CRVB:2015:2251
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling stelling bijstandsaanvraag wegens niet tijdig overleggen bewijsstukken
Appellant ontving tot december 2011 bijstand en vroeg in november 2012 opnieuw bijstand aan. Het college verzocht hem om aanvullende bewijsstukken, waaronder bankafschriften en boekhouding, binnen een gestelde termijn. Appellant leverde niet tijdig alle gevraagde stukken aan, waarop het college de aanvraag buiten behandeling stelde op grond van artikel 4:5 Awb Pro.
Appellant stelde dat hij alle stukken tijdig had ingeleverd en dat hem een tweede hersteltermijn had moeten worden gegund. De Raad oordeelde dat appellant deze stelling niet aannemelijk had gemaakt en dat de wet geen verplichting tot een tweede termijn bevat. Het college had de bevoegdheid om de aanvraag buiten behandeling te stellen en had deze bevoegdheid naar het oordeel van de Raad redelijk gebruikt.
Het hoger beroep faalde en de eerdere uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gesteld wegens het niet tijdig overleggen van alle gevraagde bewijsstukken.