ECLI:NL:CRVB:2015:2262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant diende op 6 maart 2013 een aanvraag in voor bijstand op grond van de WWB. Het college stelde de aanvraag buiten behandeling omdat appellant niet alle gevraagde stukken tijdig had overgelegd. Na bezwaar wees het college de aanvraag af wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht, omdat onduidelijk bleef of appellant inkomen had uit zijn onderneming en hoe hij in zijn levensonderhoud voorzag.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat het college de bewijslast droeg om aan te tonen dat zijn opgave onjuist was en dat hij onvoldoende rekening hield met zijn omstandigheden, waaronder het ontbreken van hulp bij het aanleveren van bewijs.
De Raad oordeelde dat de bewijslast van bijstandbehoevendheid in beginsel op appellant rust en dat hij objectieve en verifieerbare gegevens had moeten aanleveren over zijn financiële situatie. De door appellant overgelegde stukken en verklaringen waren onvoldoende om de onduidelijkheden weg te nemen. De Raad concludeerde dat appellant niet aan zijn inlichtingenplicht had voldaan, waardoor niet kon worden vastgesteld of hij recht had op bijstand.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de bijstandsaanvraag wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.