ECLI:NL:CRVB:2015:2269
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- L. Koper
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering ontheffing verzekeringsplicht AOW wegens arbeid in Nederland
Appellante, die de Nederlandse nationaliteit bezit en sinds 2004 in Nederland woont, heeft een arbeidsongeschiktheidspensioen uit Duitsland ontvangen. Zij verrichtte tussen 1 augustus 2010 en 31 juli 2011 arbeid in loondienst in Nederland. Op haar verzoek om ontheffing van de verzekeringsplicht voor de AOW en andere volksverzekeringen werd aanvankelijk geweigerd, maar later deels toegekend met ingang van 1 augustus 2011.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze beslissing ongegrond omdat appellante niet voldeed aan de voorwaarden voor ontheffing over de periode voorafgaand aan 1 augustus 2011, mede omdat zij toen arbeid verrichtte. Appellante voerde in hoger beroep aan dat ontheffing met terugwerkende kracht moest worden verleend wegens onbillijkheden van overwegende aard en psychische problemen die haar belemmerden eerder een verzoek in te dienen.
De Raad oordeelde dat het verrichten van arbeid in loondienst met loonbetaling niet gelijkgesteld kan worden met vrijwilligerswerk en daarom ontheffing over die periode niet mogelijk is. De medische verklaring bood onvoldoende bewijs dat appellante niet eerder een verzoek kon indienen of zich laten vertegenwoordigen. Ook werd de redelijke termijn van de procedure niet overschreden. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellante geen ontheffing van de verzekeringsplicht krijgt over de periode 1 augustus 2010 tot en met 31 juli 2011 vanwege het verrichten van arbeid in Nederland.