ECLI:NL:CRVB:2015:2280
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet verstrekken gevraagde gegevens
Appellant ontving sinds december 2009 bijstand en stond ingeschreven op een adres te Rotterdam. Nieuwe bewoners meldden in mei 2013 dat appellant was vertrokken, waarna het college de bijhouding van zijn persoonslijst opschortte wegens 'onbekend vertrek'. Appellant erkende feitelijk niet meer op het uitkeringsadres te verblijven en gaf aan tijdelijk bij zijn zus te wonen.
Het college vroeg appellant om bewijsstukken zoals huurbetalingen en inschrijving in het bevolkingsregister. Hoewel appellant een verklaring overlegd van de hoofdbewoner van het nieuwe adres, voldeed dit niet aan de bewijsvereisten. Het college schortte daarom de bijstand op en vroeg opnieuw om aanvullende gegevens, die appellant niet volledig verstrekte.
Het college trok vervolgens de bijstand in met ingang van 1 november 2013 wegens het niet overleggen van de gevraagde gegevens. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak, oordelend dat het college terecht gebruik heeft gemaakt van zijn bevoegdheid tot opschorting en intrekking van de bijstand. Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij niet in staat was de gevraagde gegevens te verstrekken of dat het college onredelijk had gehandeld.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens het niet verstrekken van gevraagde gegevens wordt bevestigd.