ECLI:NL:CRVB:2015:2282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering en langdurigheidstoeslag wegens hennepkwekerij
Appellante ontving sinds 2008 bijstand en langdurigheidstoeslag. Het college trok de bijstand over de periode 30 juli 2010 tot 3 december 2010 in en vorderde de kosten terug wegens het niet melden van een hennepkwekerij bij haar woning. Tevens werd de langdurigheidstoeslag over 2011 en 2012 ingetrokken en de aanvraag voor 2013 afgewezen omdat zij inkomsten uit de hennepkwekerij had ontvangen die het recht op toeslag uitsloten.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen deze besluiten ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het werkelijke voordeel uit de hennepkwekerij lager was dan het college stelde en dat zij daardoor recht had op langdurigheidstoeslag. De Raad oordeelde dat het ontbreken van verifieerbare gegevens over de inkomsten de intrekking rechtvaardigt en dat ook bij een lager bedrag geen recht op toeslag bestaat vanwege het inkomen boven de norm.
Verder stelde appellante dat er dringende redenen waren om niet tot terugvordering over te gaan vanwege haar schulden en bijstandsontvangst. De Raad verwierp dit omdat de bescherming van de beslagvrije voet voldoende is en geen noodsituatie is aangetoond. Ook was er geen toezegging dat met terugvordering zou worden gewacht tot de intrekking onherroepelijk was.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarom de uitspraken van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand en langdurigheidstoeslag wegens niet gemelde inkomsten uit hennepkwekerij.