ECLI:NL:CRVB:2015:2288
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens vermogen boven vermogensgrens
Appellanten ontvingen sinds 1989 bijstand, die in 2011 werd ingetrokken vanwege het bezit van onroerende zaken in Turkije met een waarde van ruim €1.200.000, wat hun vermogen boven de vermogensgrens bracht. Het college vorderde de onterecht ontvangen bijstand terug over de periode 1997-2011.
Appellanten betwistten dit en voerden aan dat de onroerende zaken feitelijk eigendom waren van de broer van appellant en dat zij geen financieel voordeel hadden genoten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en ook in hoger beroep slaagden appellanten er niet in aan te tonen dat hun situatie was gewijzigd of dat zij onder de vermogensgrens vielen.
De Raad oordeelde dat de overgelegde stukken niet relevant waren voor de te beoordelen periode en dat het op de aanvragers rustte om een wijziging van omstandigheden aan te tonen. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.