ECLI:NL:CRVB:2015:229
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schuldig nalatig verklaring AOW-premie over 2005 ondanks faillissement
Appellant werd failliet verklaard in november 2006 en het faillissement werd opgeheven in juni 2007. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) stelde vast dat appellant een openstaande schuld van €11.000,- had over de AOW-premie van 2005. Appellant voerde aan dat hij de aanslag nooit had ontvangen, mede omdat de Belastingdienst geen kopie van de aanslag kon overleggen.
De rechtbank ’s-Hertogenbosch vernietigde het eerdere besluit van de Svb omdat onvoldoende was onderzocht of het faillissement het niet betalen van de premie kon verklaren. De Svb handhaafde echter het besluit dat appellant schuldig nalatig was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat hij niet aannemelijk had gemaakt dat hij de aanslag niet had ontvangen.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. Uit systeemgegevens bleek dat de aanslag ambtshalve was opgelegd en op 6 augustus 2008 naar het toenmalige adres van appellant was verzonden. Gezien de eerdere verzending van een voorlopige aanslag in 2005 achtte de Raad het onwaarschijnlijk dat appellant de aanslag niet heeft ontvangen. Er was geen reden om af te wijken van de schuldig nalatig verklaring.
Uitkomst: De schuldig nalatig verklaring voor niet-betaling van de AOW-premie over 2005 wordt bevestigd omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij de aanslag niet heeft ontvangen.