ECLI:NL:CRVB:2015:2328
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens ontbreken nieuwe feiten of veranderde omstandigheden
Appellante, werkzaam als teamsecretaresse, viel in december 1999 uit wegens een prikkelbare darm. Het UWV wees in januari 2001 een WAO-uitkering af omdat zij niet 52 weken onafgebroken arbeidsongeschikt was. In 2011 vroeg appellante opnieuw een WAO-uitkering aan, stellende dat zij sindsdien doorlopend arbeidsongeschikt was. Het UWV wees deze aanvraag af op grond van artikel 4:6 Awb Pro wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.
Appellante maakte bezwaar met medische gegevens ter onderbouwing van haar psychische en lichamelijke klachten, maar het UWV handhaafde het besluit. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de klachten bij het eerdere onderzoek al bekend waren en er geen nieuwe feiten waren aangevoerd.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt met een psychologisch verslag, maar de Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. De Raad oordeelde dat de aangevoerde gegevens geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden vormden en dat artikel 43a WAO niet van toepassing was omdat appellante voor het verstrijken van de wachttijd geschikt werd geacht voor de maatgevende arbeid.
De Raad concludeerde dat het UWV de aanvraag terecht heeft afgewezen en het besluit terecht heeft gehandhaafd. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd met verbetering van de gronden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de WIA-uitkering wegens het ontbreken van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden.