ECLI:NL:CRVB:2015:2354
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandsaanvraag en terugvordering voorschotten wegens onduidelijk woonadres
Appellant vroeg bijstand aan bij de gemeente Almere en ontving voorschotten. Het college stelde echter vast dat appellant voornamelijk in Amsterdam verbleef en niet kon worden vastgesteld dat zijn woonadres in Almere was. Daarom werd de aanvraag afgewezen en de voorschotten teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat hij wel degelijk in Almere woonde en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan. De Raad overwoog dat de woonplaats moet worden vastgesteld aan de hand van concrete feiten en omstandigheden.
Appellant verklaarde zelf vaak in Amsterdam te verblijven, bij zijn vriendin en familie, en slechts enkele dagen per week bij zijn moeder in Almere. De Raad vond dat het college terecht concludeerde dat het woonadres niet in Almere lag. Het beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De bijstandsaanvraag wordt afgewezen en de voorschotten worden teruggevorderd wegens onduidelijkheid over het woonadres.