ECLI:NL:CRVB:2015:2362
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet gemelde autohandel en kasstortingen
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de WWB van december 2007 tot april 2012. Na een onderzoek naar niet gemelde autohandel en kasstortingen besloot het dagelijks bestuur de bijstand over de periode van februari 2009 tot april 2012 in te trekken en de kosten terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad vast dat de intrekking en terugvordering over de periode van 17 februari 2009 tot 29 juli 2009 onvoldoende feitelijk is onderbouwd en vernietigt dit deel van het besluit. Voor de periode van 29 juli 2009 tot 30 april 2012 staat vast dat appellanten de inlichtingenplicht hebben geschonden door niet te melden dat zij meerdere kentekens bezaten en contante gelden ontvingen.
De Raad oordeelt dat appellanten onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij recht op bijstand hadden indien zij correct hadden geïnformeerd. De Raad beveelt het dagelijks bestuur aan een nieuw besluit te nemen over de hoogte van de terugvordering voor de resterende periode en veroordeelt het dagelijks bestuur in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering over de periode 17 februari 2009 tot 29 juli 2009 wordt vernietigd; het dagelijks bestuur moet een nieuw besluit nemen over de terugvordering vanaf 29 juli 2009.