ECLI:NL:CRVB:2015:2372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J. Kraan
- J.J.A. Kooijman
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dienstongeval opsporingsambtenaar tijdens dienstreis in Suriname
Appellant, een opsporingsambtenaar, liep tijdens een dienstreis in Suriname een dienstongeval op door het inzakken van een houten putdeksel bij het politiebureau waar hij werkzaamheden verrichtte. Hij vroeg de minister het ongeval als beroepsincident aan te merken en verdergaande aansprakelijkheid te erkennen.
De minister kwalificeerde het ongeval als dienstongeval en stelde dit gelijk met een beroepsincident voor de toepassing van het ARAR, maar erkende geen verdere aansprakelijkheid. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het politiebureau niet als een bijzonder gevaarlijke risicovolle omgeving kan worden beschouwd, zodat het ongeval terecht niet als beroepsincident is aangemerkt. Tevens oordeelde de Raad dat de minister zijn zorgplicht niet heeft geschonden, omdat appellant niet was uitgeleend aan een derde en de minister niet verantwoordelijk is voor de veiligheid op de verblijfplaats in het buitenland.
Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.