ECLI:NL:CRVB:2015:2375
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- J.J.A. Kooijman
- M.T. Boerlage
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot hogere salarisschaal op grond van functieniveau en vertrouwensbeginsel
Appellant was sinds 1 september 2001 aangesteld in een functie met salarisschaal 7 bij de gemeente Den Haag. Vanaf 1 juli 2012 werd hij aangewezen als re-integratiekandidaat en heeft hij feitelijk geen werkzaamheden meer verricht. Hij verzocht het college om terugwerkende kracht tot 1 januari 2009 een salarisverhoging naar schaal 9 toe te kennen, wat werd afgewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij voerde aan dat hij feitelijk als senior functioneerde, dat hem toezeggingen waren gedaan over salarisverhoging en dat vergelijkbare functies elders in schaal 9 werden betaald. Het college handhaafde het besluit en stelde dat appellant formeel en feitelijk in schaal 7 werkte.
De Raad oordeelde dat het verzoek neerkomt op terugkomen van een eerder besluit en dat toetsing zich beperkt tot nieuwe feiten of omstandigheden. Voor de periode na het verzoek geldt een minder terughoudende toets. De Raad concludeerde dat appellant zijn stellingen niet aannemelijk had gemaakt, de toezeggingen niet ondubbelzinnig waren en het gelijkheidsbeginsel niet van toepassing was vanwege eigen functiewaardering van de gemeente.
Daarom was het college terecht niet overgegaan tot herziening van het besluit en werd de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek tot salarisverhoging naar schaal 9 wordt afgewezen en de eerdere beslissing bevestigd.