ECLI:NL:CRVB:2015:2454
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1999 een WAO-uitkering ontving wegens fibromyalgie en psychische klachten, kreeg haar uitkering in 2008 ingetrokken omdat zij geschikt werd geacht voor haar werk als taxichauffeuse. Na een periode van werk en ziekte meldde zij zich in 2011 ziek met toegenomen klachten en vroeg een hernieuwde WAO-uitkering aan op grond van artikel 43a van de WAO.
Het UWV weigerde de uitkering omdat de toegenomen beperkingen niet leidden tot arbeidsongeschiktheid in de zin van de WAO. De rechtbank bevestigde dit na een zorgvuldig medisch onderzoek, waarbij ook psychische klachten en rugklachten werden betrokken. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar ziekmelding en klachten wel tot toegenomen arbeidsongeschiktheid moesten leiden.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en het UWV. De Raad oordeelde dat ondanks de toegenomen beperkingen appellante in staat bleef om in passende functies te werken en voldoende inkomen te verdienen, waardoor zij minder dan 15% arbeidsongeschikt was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en weigering WAO-uitkering bevestigd wegens geen toegenomen arbeidsongeschiktheid.