ECLI:NL:CRVB:2015:2455
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ingangsdatum WAZ-uitkering zonder terugwerkende kracht meer dan één jaar
Appellante, voormalig zelfstandig ondernemer, vroeg een WAZ-uitkering aan wegens arbeidsongeschiktheid sinds februari 1998. Het UWV wees de uitkering aanvankelijk toe met ingang van 29 november 2010, niet eerder, omdat zij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht en vanwege het ontvangen van bijstandsuitkering sinds 1999.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen de ingangsdatum ongegrond, omdat zij geen substantieel nadeel had aangetoond door het niet eerder toekennen van de WAZ-uitkering. Appellante stelde in hoger beroep dat zij onkosten had gemaakt die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigden en dat de hoogte van de uitkering onvoldoende was.
De Raad oordeelde dat het UWV terecht een discretionaire bevoegdheid heeft om terugwerkende kracht te beperken tot één jaar, mede gelet op het ontbreken van bijzondere financiële hardheid. De berekening van de uitkering was conform wettelijke normen. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de WAZ-uitkering niet eerder dan 29 november 2010 mag ingaan.