De zaak betreft een hoger beroep van appellant tegen een besluit van de Sociale verzekeringsbank (Svb) over de AOW-toeslag. Na een tussenuitspraak van de Raad op 19 december 2014 heeft de Svb op 17 februari 2015 een nieuwe beslissing op bezwaar genomen, waarin onder meer werd bevestigd dat de afkoopsom pensioen van de partner van appellant niet wordt gekort op de AOW-toeslag en dat terugvordering van teveel betaalde toeslag is komen te vervallen.
Appellant diende een zienswijze in over de hoogte van de proceskostenvergoeding, waarbij werd betwist dat het bedrag van € 472,- correct was vastgesteld. De Raad oordeelde dat appellant geen belang meer had bij een beoordeling van de oorspronkelijke aangevallen uitspraak, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard.
Verder stelde de Raad vast dat de proceskostenvergoeding niet conform het Besluit van 12 december 2014 was vastgesteld en corrigeerde het bedrag naar € 490,-. Tevens werd de Svb veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van appellant in beroep en hoger beroep, begroot op respectievelijk € 980,- en € 1.225,-, inclusief het griffierecht van € 162,-.