ECLI:NL:CRVB:2015:246
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar buitenlandbijdrage zorgverzekeringswet
Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen besluiten over de buitenlandbijdrage op grond van artikel 69 van Pro de Zorgverzekeringswet (Zvw) voor de jaren 2007, 2008 en 2009. De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar tegen het besluit van 14 maart 2012 niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding, omdat het Zorginstituut dit besluit had ingetrokken en een nieuw besluit had genomen waarin inhoudelijk op het bezwaar werd beslist.
Appellant stelde in hoger beroep dat het een gemiste kans was dat het bezwaar niet ook inhoudelijk werd behandeld, omdat hij dan eerder op de hoogte was geweest van het standpunt van het Zorginstituut en eerder maatregelen had kunnen nemen. Tevens vorderde appellant dat de eigen bijdrage op nihil werd gesteld vanwege het trage handelen van het Zorginstituut.
De Raad overweegt dat voor een inhoudelijke beoordeling geen plaats is indien het bezwaar niet-ontvankelijk wordt verklaard en dat appellant reeds voor 14 maart 2012 op de hoogte was van het standpunt van het Zorginstituut. De stelling over het trage handelen is reeds door de rechtbank behandeld en niet bestreden. Het hoger beroep wordt afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door J. Brand, in aanwezigheid van griffier H.J. Dekker op 21 januari 2015.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar bevestigd.