ECLI:NL:CRVB:2015:2462
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WGA-loonaanvullingsuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellante ontving sinds 2010 een WGA-loongerelateerde uitkering wegens rugklachten en een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. In 2013 vond een herbeoordeling plaats op verzoek van haar ex-werkgever, leidend tot beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat de medische onderzoeken zorgvuldig waren en de beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) adequaat waren vastgesteld.
Appellante stelde in hoger beroep dat de uitspraak onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd was, en dat medische informatie van haar behandelaars onvoldoende was meegewogen. De Raad oordeelde dat de verzekeringsartsen zorgvuldig lichamelijk onderzoek hadden verricht en dat ook de aanvullende medische informatie van de huisarts was betrokken. De objectiveerbare beperkingen waren adequaat meegenomen en er was geen medische grond voor meer beperkingen.
Verder concludeerde de Raad dat de werkzaamheden van de voorgehouden functies (inpakster koekjes, huishoudelijk medewerker, medewerker schoonmaakdienst) de belastbaarheid van appellante niet overschrijden. De arbeidsdeskundige rapporten waren voldoende gemotiveerd. Omdat appellante geen nieuwe medische informatie aanleverde, bevestigde de Raad de eerdere uitspraak en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WGA-loonaanvullingsuitkering en verklaart het hoger beroep ongegrond.