ECLI:NL:CRVB:2015:2466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant ontvangt sinds 1985 een WAO-uitkering vanwege lichamelijke en psychische klachten. In 2008 werd zijn arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 15-25% met vier geschikte functies. Vanaf 4 april 2012 meldde appellant zich ziek wegens toegenomen klachten en vroeg Ziektewet-uitkering aan.
Het UWV stelde na onderzoek vast dat appellant geschikt was om ten minste één van de in 2008 geduide functies te vervullen en wees de Ziektewet-uitkering af. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten waren toegenomen en overhandigde een expertiserapport. De Raad oordeelde dat dit rapport niet ziet op de datum in geschil en dat het UWV-onderzoek zorgvuldig was, waarbij alle klachten en medische gegevens waren meegewogen. Er was geen reden om van het eerdere oordeel af te wijken.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het UWV en de uitspraak van de rechtbank dat appellant geen recht heeft op Ziektewet-uitkering per 4 april 2012. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot afwijzing van de Ziektewet-uitkering per 4 april 2012 wordt bevestigd.