ECLI:NL:CRVB:2015:2487
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige verzekeringsgeneeskundige beoordeling
Appellant was werkzaam als allround visverwerker en viel in 2005 uit wegens psychische klachten. Na een WGA-uitkering en een daaropvolgende WW-uitkering meldde hij zich in 2012 ziek met psychische en fysieke klachten. Het UWV stelde na onderzoek vast dat er geen sprake was van een toename van beperkingen ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling en beëindigde de Ziektewetuitkering.
Appellant maakte bezwaar en werd opnieuw onderzocht door een verzekeringsarts, die bevestigde dat er geen objectief-medische toename van beperkingen was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij zij het verzekeringsgeneeskundig onderzoek als zorgvuldig beoordeelde.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten waren toegenomen, onderbouwd met medische brieven en rapporten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat deze documenten geen medische situatie ten tijde van het geschil weerspiegelen en dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek en de conclusies daarvan zorgvuldig en juist waren. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.