ECLI:NL:CRVB:2015:2493
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- E.C.R. Schut
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens ontbreken wijziging omstandigheden na intrekking
Appellant ontving sinds 1998 bijstand, die in 2012 werd ingetrokken vanwege het niet nakomen van de inlichtingenplicht en vermoedens van frauduleus handelen. Na de intrekking vroeg appellant opnieuw bijstand aan, maar het college wees dit af omdat hij geen relevante wijziging in zijn omstandigheden had aangetoond.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het college geen volledige toets had toegepast en dat de bewijsregel niet van toepassing was omdat de intrekking nog niet onherroepelijk was. De Raad stelde echter vast dat de intrekking onherroepelijk was en dat het op de aanvrager rust om een wijziging van omstandigheden aan te tonen.
Appellant slaagde er niet in zijn stelling dat hij geen inkomen of vermogen had met concrete gegevens te onderbouwen. De Raad oordeelde dat het college niet verplicht was zelf onderzoek te doen naar de financiële situatie van appellant. Daarom werd het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt afgewezen omdat appellant geen relevante wijziging in omstandigheden heeft aangetoond sinds de intrekking.