ECLI:NL:CRVB:2015:250
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake verrekening schadevergoedingen met lopende vordering
Verzoekster, die een grote schuldenlast en een benarde financiële situatie heeft, vordert betaling van toegekende schadevergoedingen die het college van burgemeester en wethouders van Opsterland heeft verrekend met een openstaande vordering. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin het college is veroordeeld tot betaling van rente- en schadevergoedingen wegens het niet tijdig beslissen op een bijstandsaanvraag.
Het college heeft deze vorderingen verrekend met een schuld van verzoekster aan het college, waaronder een vordering op grond van artikel 58 WWB Pro. De rechtbank heeft het besluit van het college vernietigd omdat het niet bevoegd was de proceskosten te verrekenen, waarna het college het bedrag aan de rechtshulpverlener betaalde.
In hoger beroep verzet verzoekster zich tegen de verrekening van schadevergoedingen en de berekening van wettelijke rente. Zij verzoekt om een voorlopige voorziening om de schadevergoedingen alsnog direct te ontvangen. De voorzieningenrechter stelt vast dat ondanks de financiële problemen en een betalingsregeling met Essent, geen acute dreiging bestaat van huisuitzetting, afsluiting van energie of water, of verlies van ziektekostenverzekering.
Daarom is geen sprake van onverwijlde spoed en wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is ook geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.