ECLI:NL:CRVB:2015:253
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens weigering medewerking huisbezoek
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht vanwege een aanvraag voor gemeentelijke tegemoetkoming kinderopvang. De gemeente stelde twijfel over haar woonsituatie vast en wilde een huisbezoek afleggen. Appellante was niet aanwezig tijdens het eerste bezoek en ook niet bij de herstelmogelijkheid, waardoor zij niet voldeed aan haar medewerkingsverplichting.
Het college trok de bijstand per 16 februari 2012 in en vorderde de kosten terug. De rechtbank verklaarde de bezwaren van appellante ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat er geen redelijke grond was voor het huisbezoek en dat zij wegens een schoolfeest niet aanwezig kon zijn, en dat het college onzorgvuldig handelde.
De Raad oordeelde dat het huisbezoek gerechtvaardigd was vanwege concrete aanwijzingen van onjuiste woonsituatie en dat er geen zwaarwegende reden was voor het niet aanwezig zijn. De medewerkingsplicht was geschonden en het college mocht de bijstand intrekken. Het verzoek om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn werd eveneens afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar was afgerond.
De Raad bevestigde het bestreden vonnis en wees alle verzoeken van appellante af.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.