ECLI:NL:CRVB:2015:2555
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag Wubo wegens onvoldoende vaststelling oorlogsgeweld
Appellante, geboren in 1935 in Bandung, diende op 14 februari 2013 een aanvraag in op grond van de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo). Verweerder wees de aanvraag op 3 juni 2013 af omdat niet was komen vast te staan dat appellante is getroffen door oorlogsgeweld zoals bedoeld in de Wubo. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de door appellante overgelegde verklaringen onvoldoende bevestigen dat zij betrokken was bij de beschreven rampok van haar ouderlijke woning. Ook het verblijf in opvangkampen werd niet als oorlogsgeweld in de zin van de Wubo aangemerkt. Verder kon niet worden bevestigd dat appellante direct betrokken was bij beschietingen of geweld tijdens haar tocht of verblijf in kampen.
Hoewel het doormaken van de oorlog ingrijpend was, voldoen de gebeurtenissen niet aan de specifieke eisen van de Wubo. Het lang wachten met de aanvraag bemoeilijkte het verkrijgen van bevestiging van getuigen. De Raad verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de Wubo-aanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende vaststelling van oorlogsgeweld.