ECLI:NL:CRVB:2015:2563
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijstelling eigen bijdrage AWBZ-zorg na bedrijfsongeval
Appellant, met een verstandelijke beperking en een gedeeltelijk geamputeerde linkerhand door een bedrijfsongeval in 1985, vroeg in maart 2009 vrijstelling van de eigen bijdrage voor AWBZ-zorg. CAK ontving dit verzoek niet en gaf pas in oktober 2011 duidelijkheid over de benodigde bewijsstukken.
Appellant kon niet aantonen dat de AWBZ-zorg direct verband hield met het bedrijfsongeval, ondanks herhaalde verzoeken en het overleggen van medische stukken. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel.
De Raad oordeelde dat het risico van het niet ontvangen van de brief bij appellant lag en dat CAK voldoende duidelijkheid had gegeven over de bewijsvereisten. Het hoger beroep slaagde niet, mede omdat appellant niet aan de bewijsopdracht kon voldoen en het directe verband tussen zorg en bedrijfsongeval ontbrak.
De Raad wees ook op de mogelijkheid van een betalingsregeling voor de opgelopen betalingsachterstand van €46.000,-. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van het verzoek om vrijstelling van de eigen bijdrage wordt bevestigd.