ECLI:NL:CRVB:2015:2584
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig voltijds automonteur, viel in april 2006 uit wegens gezondheidsproblemen. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wees zijn aanvraag voor een WIA-uitkering af, omdat hij volgens medisch onderzoek niet voldoende arbeidsongeschikt was. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij zij het medisch onderzoek en de motivering van het Uwv als zorgvuldig en inzichtelijk beoordeelde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn gezondheidstoestand per 5 april 2012 was verslechterd, met name zijn knieën en rug, en dat ten onrechte geen urenbeperking was aangenomen. Hij verwees ook naar slaapproblemen. De Raad oordeelde echter dat appellant geen nieuwe medische gegevens had aangeleverd die tot een ander oordeel konden leiden en dat de beperkingen niet waren onderschat.
De Raad concludeerde dat de geselecteerde functies medisch passend zijn en dat het hoger beroep ongegrond is. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt bevestigd. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WIA-uitkering bevestigd.