ECLI:NL:CRVB:2015:259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens schending inlichtingenplicht en overschrijding vermogensgrens
Appellanten ontvingen vanaf december 2008 bijstand op grond van de WWB. Het college stelde een onderzoek in naar de rechtmatigheid van deze bijstand na een melding dat appellante meerdere voertuigen op haar naam had staan. Uit RDW-gegevens bleek dat appellanten beschikten over diverse voertuigen met een waarde die de vermogensgrens overschreed. Het college verzocht om nadere gegevens over de aanschaf en financiering van deze voertuigen, maar appellanten voldeden hier niet tijdig aan, waardoor de bijstand werd opgeschort en later ingetrokken.
De rechtbank oordeelde dat appellanten in de eerste periode (1 december 2008 tot 28 november 2011) inderdaad vermogen boven de vermogensgrens hadden en dat dit aan bijstandsverlening in de weg stond. Voor de tweede periode (29 november 2011 tot 24 januari 2012) stelde de rechtbank vast dat appellanten hun vermogenspositie onvoldoende inzichtelijk maakten, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
Appellanten voerden in hoger beroep aan dat zij niet over vermogen boven de vermogensgrens beschikten en dat de registratie van voertuigen op hun naam niet betekende dat zij er feitelijk over konden beschikken. De Raad verwierp deze stellingen, stellende dat registratie op naam een sterke aanwijzing is dat het voertuig tot het vermogen behoort en dat appellanten onvoldoende aannemelijk maakten dat dit niet het geval was.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat appellanten hun inlichtingenplicht hebben geschonden door geen volledige en verifieerbare gegevens te verstrekken over de voertuigen. De intrekking van de bijstand en de afwijzing van de nieuwe aanvraag waren daarom terecht. De proceskostenveroordeling werd achterwege gelaten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand wegens schending van de inlichtingenplicht en overschrijding van de vermogensgrens.