Verzoekster stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Utrecht en vorderde vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM.
De Raad stelde vast dat de totale procedure vijf jaar en ruim vier maanden duurde, wat de redelijke termijn overschrijdt. Het college en de Staat voerden aan dat verzoekster zelf de termijnen niet had gehaald, maar de Raad vond hiervoor onvoldoende steun.
De Raad beoordeelde dat de overschrijding van de redelijke termijn niet gerechtvaardigd was en stelde de schadevergoeding vast op €1.500,-, waarvan €1.250,- ten laste van de Staat en €250,- ten laste van het college. Tevens werden proceskosten van €245,- toegewezen, te verdelen tussen Staat en college.
De uitspraak werd gedaan door J. Brand op 29 juli 2015.