ECLI:NL:CRVB:2015:2622
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek om kwijtschelding terugvordering bijstand na verlies procedure Duitsland
Appellant ontving bijstand als beëindigend zelfstandige over de periode oktober tot december 2011, verstrekt als renteloze lening. Het college van burgemeester en wethouders stelde later vast dat appellant geen recht had op bijstand vanwege hoge netto-inkomsten en vorderde het bedrag van € 2.294,85 terug. Appellant verzocht om kwijtschelding, maar dit werd afgewezen. Na een verloren procedure bij het Landgericht Aachen (Duitsland) over een vordering van ruim € 30.000, vroeg appellant opnieuw kwijtschelding van het totaalbedrag inclusief incassokosten. Ook dit verzoek werd afgewezen omdat appellant nooit vrijwillig aflossingen had gedaan en de beleidsregels kwijtschelding in dergelijke gevallen uitsluiten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Zij oordeelde dat het college terecht het verzoek inhoudelijk behandelde en dat de beleidsregels niet onredelijk zijn. De rechtbank vond dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij door het verlies van de Duitse procedure in een onaanvaardbare financiële situatie verkeert. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad wees erop dat de bezwaren van appellant niet zien op het bestreden besluit en dat het college geen rekening kon houden met latere financiële wijzigingen.
De Raad concludeerde dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om kwijtschelding van de teruggevorderde bijstandsvordering wordt afgewezen en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.