ECLI:NL:CRVB:2015:265
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.F. Bandringa
- E.C.R. Schut
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering van bijstand wegens niet gemeld buitenlands vermogen
Appellanten ontvingen sinds 1990 bijstand, maar een onderzoek naar hun vermogen in Turkije wees uit dat zij onroerende zaken bezaten die niet waren gemeld. De gemeente Den Haag trok daarom de bijstand over meerdere jaren in en vorderde de bedragen terug wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellanten betwistten het bezit van een woning en leverden bewijsstukken aan, maar konden niet aannemelijk maken dat zij die woning niet bezaten of dat de taxaties onjuist waren. Ook gaven zij tegenstrijdige verklaringen over eigendom en financiering van de onroerende zaken.
De Raad oordeelde dat het college terecht de bijstand introk en terugvorderde omdat appellanten onvoldoende inzicht gaven in hun vermogen en inkomsten. Persoonlijke omstandigheden van appellanten vormden geen dringende reden om van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.