ECLI:NL:CRVB:2015:2655
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen afwijzing erkenning burger-oorlogsslachtoffer op grond van Wubo
Appellant, geboren in 1933, verzocht in 1998 om erkenning als burger-oorlogsslachtoffer en toekenning van een uitkering op grond van de Wubo, waarbij hij diverse oorlogservaringen aanvoerde. Dit verzoek werd in 1999 afgewezen wegens het ontbreken van bevestigingsgegevens. Een eerder beroep werd in 2001 ongegrond verklaard omdat de gemelde gebeurtenissen niet onder de Wubo konden worden gebracht.
In april 2013 diende appellant een hernieuwd verzoek in met aanvullende medische en getuigenverklaringen. Dit verzoek werd in september 2013 opnieuw afgewezen, waarbij verweerder stelde dat de gebeurtenissen niet geverifieerd konden worden en niet voldeden aan de criteria van de Wubo.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellant geen nieuwe feiten of omstandigheden heeft aangevoerd die aanleiding geven tot herziening van het besluit. De aangevoerde calamiteiten zijn niet geverifieerd en kunnen niet onder de Wubo worden gebracht. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag op grond van de Wubo wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten en bevestigingsgegevens.