ECLI:NL:CRVB:2015:2657
Centrale Raad van Beroep
- Eerste en enige aanleg
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitbreiding vergoeding huishoudelijke hulp wegens ontbreken medische noodzaak
Appellant, erkend als vervolgde en uitkeringsgerechtigde op grond van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv), verzocht om uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp van vier naar acht uur per week. Verweerder wees dit verzoek af na advies van geneeskundige adviseurs die stelden dat appellant nog in staat is lichte huishoudelijke werkzaamheden te verrichten.
De Raad overwoog dat het beleid van verweerder toelaat om bij personen van 70 jaar of ouder een vergoeding voor twee dagdelen huishoudelijke hulp toe te kennen indien sprake is van medische beperkingen die het verrichten van lichte huishoudelijke werkzaamheden onmogelijk maken. Uit de medische adviezen en het onderzoek bleek echter dat appellant geen medische noodzaak heeft voor uitbreiding van de hulp.
De Raad vond het bestreden besluit deugdelijk voorbereid en voldoende gemotiveerd. Er was geen aanwijzing voor (zelf)verwaarlozing of chaotisch gedrag, noch andere bijzondere omstandigheden die een uitbreiding zouden rechtvaardigen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot uitbreiding van de vergoeding voor huishoudelijke hulp wordt ongegrond verklaard.