ECLI:NL:CRVB:2015:2731
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag wegens plichtsverzuim en hennepplantage
Appellant was sinds 2009 werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en werd in 2013 geschorst nadat hij niet had gemeld dat hij in verzekering was gesteld wegens een hennepplantage in zijn woning. De minister verleende hem daarop disciplinair ontslag.
Appellant voerde aan dat hij door ziekte en advies van zijn advocaat niet in staat was de inverzekeringstelling te melden en dat de hennepplantage van zijn zoon was. Tevens stelde hij dat zijn psychische aandoeningen zijn handelen beperkten. De Raad oordeelde dat het niet melden van de inverzekeringstelling plichtsverzuim oplevert en dat appellant bekend was met de hennepplantage, ondanks wisselende verklaringen.
De psychologische rapportage bood onvoldoende bewijs dat appellant niet toerekeningsvatbaar was. Gezien de ernst van het plichtsverzuim en het vertrouwen dat was geschaad, was het disciplinair ontslag niet onevenredig. Het hoger beroep werd verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het disciplinair ontslag bevestigd wegens plichtsverzuim en het niet melden van inverzekeringstelling.