ECLI:NL:CRVB:2015:2806
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste medische en arbeidskundige beoordeling arbeidsongeschiktheid WAO-uitkering
Appellante, werkzaam als machinestikster, viel sinds 1985 uit en ontving een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na meerdere herbeoordelingen besloot het UWV in 2011 de uitkering in te trekken omdat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze besluiten.
De rechtbank oordeelde dat de medische en arbeidskundige onderbouwing van het UWV onvoldoende was, maar dat het UWV dit gebrek had hersteld door aanvullende rapporten en een aangepaste Functionele Mogelijkhedenlijst (FML). De rechtbank verklaarde het beroep gegrond maar liet de rechtsgevolgen van de besluiten intact.
In hoger beroep betoogde appellante dat de deskundige niet volledig gevolgd had moeten worden en dat de beoordeling niet objectief was vanwege vermoedens van valse medische verklaringen. De Raad oordeelde echter dat de rechtbank terecht de deskundige niet op alle punten volgde en dat het UWV objectief had gehandeld. De Raad bevestigde dat de functies passend waren en dat de mate van arbeidsongeschiktheid terecht op minder dan 15% was gesteld. De hoger beroepen werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de eerdere uitspraken en verklaart de hoger beroepen ongegrond.